Lichttherapie tegen droge maculadegeneratie 

Wat is de stand van zaken? 

Sommige Duitse oogklinieken bieden een lichttherapie aan voor mensen met droge maculadegeneratie. De behandeling heet fotobiomodulatie en maakt gebruik van het Valeda Light Delivery System, een apparaat dat het netvlies met specifieke lichtgolflengten bestraalt. Omdat er voor droge maculadegeneratie tot nu toe geen erkende behandeling bestaat, is de belangstelling voor deze therapie begrijpelijk. Het is daarom goed om te weten wat het onderzoek er werkelijk over zegt. 

Wat houdt de behandeling in? 

Bij fotobiomodulatie wordt het oog gedurende enkele minuten blootgesteld aan rood, geel en infrarood licht. Het idee is dat deze lichtprikkels de energiehuishouding van cellen in het netvlies stimuleren, waardoor het ziekteproces zou kunnen vertragen. De behandeling wordt meestal in kuren van meerdere sessies per week gegeven en regelmatig herhaald. 

Wat zegt het onderzoek? 

De belangrijkste onderbouwing komt van de LIGHTSITE III-studie, een gerandomiseerd onderzoek met een schijnbehandeling als controle bij ruim honderd deelnemers met droge maculadegeneratie in een vroeg tot middelmatig stadium. Na dertien maanden zag de groep die fotobiomodulatie kreeg een statistisch significante verbetering van de gezichtsscherpte ten opzichte van de controlegroep. Bij vervolgmetingen na eenentwintig maanden bleef dit verschil aanwezig. Ook werd in de behandelde groep minder toename van drusen gezien, de vetachtige afzettingen die kenmerkend zijn voor de aandoening. 

Op basis van deze resultaten heeft de Amerikaanse toezichthouder FDA het apparaat eind 2024 goedgekeurd voor de markt. Belangrijk om te weten is dat dit type goedkeuring vooral iets zegt over de veiligheid van het apparaat en niet hetzelfde is als een bewezen werkzame behandeling. Vakbladen die de studie becommentariëren, wijzen erop dat het om één onderzoek van beperkte omvang gaat en dat aanvullende, onafhankelijke studies nodig zijn voordat fotobiomodulatie als bewezen behandeling kan gelden. 

Van belang is verder dat de LIGHTSITE-studies zijn opgezet en gefinancierd door LumiThera, de fabrikant van het Valeda-apparaat. De studieopzet was weliswaar gerandomiseerd en dubbelblind, met een schijnbehandeling als controle, maar een onafhankelijke, niet door de fabrikant gefinancierde bevestiging van de resultaten ontbreekt vooralsnog. Om die reden lopen er momenteel uitgebreidere vervolgstudies, onder andere de Europese EUROLIGHT-registerstudie. Deze moet de werkzaamheid en veiligheid van de behandeling bij een grotere groep patiënten en over een langere periode in kaart brengen. 

Aandachtspunten 

De deelnemers aan de studie hadden overwegend een vroeg stadium van droge maculadegeneratie met een nog redelijk goed gezichtsvermogen. Daardoor is het niet zeker of de resultaten ook gelden voor mensen met verder gevorderde droge maculadegeneratie. Verder werd in de behandelde groep iets vaker een overgang naar de natte vorm van de aandoening gezien dan in de controlegroep. Dit is een signaal dat verder onderzocht moet worden. 

De behandeling wordt in Duitse klinieken bovendien als particuliere, niet vergoede zorg aangeboden, met bijbehorende kosten voor herhaalde sessies. Een behandeling bestaat uit 9 sessies, verspreid over een bepaalde periode. Deze kosten € 100 per keer per oog, dus voor twee ogen € 1.800. Over het algemeen lijken er meestal meer behandelingssessies te volgen. Daardoor lopen de kosten verder op. 

In Nederland bieden oogartsen de Valeda-lichttherapie vooralsnog niet aan en Nederlandse zorgverzekeraars vergoeden de behandeling niet. Dat wijst erop dat de wetenschappelijke onderbouwing hier nog onvoldoende wordt geacht om de behandeling standaard aan te bieden of te vergoeden.

Conclusie 

Fotobiomodulatie is een van de weinige behandelingen waarvoor bij droge maculadegeneratie enige klinische onderbouwing bestaat. Tegelijk is het onderzoek nog beperkt en is niet aangetoond dat de behandeling de aandoening blijvend afremt. Wie overweegt de behandeling te ondergaan, doet er verstandig aan dit eerst met de eigen oogarts te bespreken en de kosten en de wetenschappelijke stand van zaken goed af te wegen.