Gevolgen van een visuele beperking

Onderzoek van de Vrije Universiteit in Amsterdam naar de gevolgen van een visuele beperking op het dagelijks functioneren.
In de afgelopen drie jaar hebben maar liefst 118 mensen meegedaan aan ons onderzoek. We zijn heel blij dat zoveel mensen wilden bijdragen aan ons onderzoek, en kijken met plezier terug op alle mensen die we in deze tijd hebben mogen ontmoeten.
Het onderzoek is in eerste instantie opgezet door onderzoekers Chris Olivers en David Mann, in samenwerking met optometrist Henk Stam van Bartiméus. Later hebben Sophie Canavan en Kirsten Veerkamp het team versterkt. De ervaring leerde dat het percentage zicht over het algemeen maar weinig zegt over hoe iemand functioneert in het dagelijks leven. Het vermoeden bestond dat een letterkaart niet representatief genoeg is om iets te kunnen zeggen over het dagelijks leven. Daarom hebben we hiervoor een nieuwe test ontwikkeld, in samenwerking met ervaringsdeskundigen. Zij gaven aan dat boodschappen doen een uitdagende taak kan zijn, vooral in een onbekende supermarkt. We hebben deze taak nagebootst in virtual reality, waarmee we hoopten beter de consequenties van een visuele beperking in kaart te kunnen brengen. Jullie hebben allemaal boodschappen gedaan in de virtuele supermarkt als onderdeel van ons onderzoek.
Inmiddels hebben we de eerste analyses gedaan op de gegevens, en we koppelen graag de belangrijkste eerste bevindingen terug. Hierbij willen we benadrukken dat het gaat om gemiddelden op groepsniveau; we kunnen niets zeggen over individuele uitkomsten. De belangrijkste eerste conclusies tot nu toe:
- Het percentage zicht zegt ook in onze studie maar weinig over de ervaren dagelijkse gevolgen van een visuele beperking. Dit bevestigt eerdere observaties.
- De uitkomsten van de boodschappentaak in virtual reality zeggen wel wat over de ervaren dagelijkse gevolgen. Vooral hoe snel iemand leert hoe de omgeving eruitziet, en hoe vermoeid de ogen raken van de boodschappentaak, voorspellen gedeeltelijk hoe iemand de dagelijkse gevolgen van een visuele beperking ervaart. Ook algehele vermoeidheid lijkt gerelateerd aan de dagelijkse ervaringen. Hiermee benadrukken onze resultaten dat vermoeidheid een belangrijke factor is in de beperkingen die mensen ervaren.
- Hoewel bovenstaande factoren meespelen, blijft een groot gedeelte van hoe mensen de gevolgen van een visuele beperking ervaren, iets dat we niet kunnen verklaren met ons huidige onderzoek. Waarschijnlijk zijn er nog andere aspecten die we niet hebben gemeten in de supermarkttaak, maar die in het dagelijks leven wel van belang zijn.
Al met al laten onze resultaten zien dat het doen van een taak in virtual reality de potentie heeft om beter te begrijpen hoe iemand de gevolgen van een visuele beperking ervaart. Het is belangrijk om te vermelden dat dit een eerste stap is, en dat er meer onderzoek nodig zal zijn voordat dit tot veranderingen in de praktijk kan leiden. Ook zijn de resultaten nog niet voorgelegd aan vakgenoten en nog niet gepubliceerd. De conclusies gelden voor de deelnemersgroep als geheel, en niet noodzakelijk voor elke individuele persoon. Daarvoor zijn de resultaten niet betrouwbaar genoeg.
Bovendien zitten er ook nadelen aan onze taak die opgelost dienen te worden voordat deze in de praktijk bruikbaar is. Zo vereist de taak vooralsnog specialistische apparatuur en software, en duurt deze vrij lang. Niettemin spoort ons onderzoek hopelijk nieuwe initiatieven aan om tot een beter begrip van de gevolgen van een visuele beperking te komen, om uiteindelijk tot betere hulpverlening te komen.

