Netvliesimplantaat
Oplossing bij droge maculadegeneratie?
Afgelopen weken zijn er in diverse media artikelen verschenen over de positieve resultaten van een wetenschappelijk onderzoek naar een netvliesimplantaat bij mensen met geografische atrofie, het eindstadium van droge maculadegeneratie. Ook via onze Infolijn kregen wij daar diverse vragen over. Wat is het precies? Zijn er ook nadelen? En zou het ook voor mij interessant kunnen zijn?
Wat is geografische atrofie?
Geografische atrofie is de gevorderde vorm van de droge variant van leeftijdsgebonden maculadegeneratie. In de vroege fase is er sprake van ophoping van afvalstoffen onder het netvlies, de zogenaamde drusen. In de latere fase is er sprake van atrofie: het afsterven van grotere aaneengesloten gebieden van die cellen. Omdat die gebieden op een netvliesfoto vaak op eilandjes op een landkaart lijken, spreken artsen van ‘geografische atrofie’.
Is er iets te doen aan geografische atrofie?
Tot op heden zijn er nog geen toegelaten behandelingen die het proces van atrofievorming kunnen voorkomen, afremmen of stoppen. Wel is uit wetenschappelijke studies gebleken dat leefstijl en voedingssupplementen het proces kunnen vertragen. Daarom luidt het advies om te stoppen met roken, voldoende te bewegen en gezond te eten, aangevuld met de juiste voedingssupplementen.
Vorig jaar is er één medicijn ter goedkeuring voorgelegd aan de EMA, de European Medicines Agency. Het betrof Pegcetacoplan van het farmaceutische bedrijf Apellis. Hoewel Apellis met studies meende aan te tonen dat het middel het proces van atrofie afremde, zag de EMA onvoldoende bewijs dat dit leidde tot een betekenisvolle verbetering van het gezichtsvermogen of het dagelijks functioneren. Zie ook ons eerdere artikel daarover op onze site: https://maculavereniging.nl/nieuw/20241021-middel-tegen-droge-maculadegeneratie-nog-niet-toegelaten/
Een recente ontwikkeling rond de behandeling van geografische atrofie is de berichtgeving over een netvliesimplantaat. Het is geen oplossing die het proces van atrofie voorkomt, afremt of stopt. Het zou een oplossing kunnen zijn voor mensen die door het eindstadium van droge maculadegeneratie inmiddels ernstig slechtziend zijn geworden.
Hoe werkt zo’n netvliesimplantaat?
Wetenschappers hebben bij 38 proefpersonen een microscopisch kleine chip van 2 bij 2 millimeter achter het netvlies geïmplanteerd in het deel van de macula dat ernstig is aangetast. Via een camera in een speciale bril worden woorden of voorwerpen waar de proefpersoon naar kijkt omgezet in signalen die draadloos naar de chip worden gestuurd. Op zijn beurt zet de chip deze signalen om in elektrische prikkels richting de zenuwcellen. Daarmee vervangt de chip de functie van de gedegenereerde netvliescellen. De rest volgt, zou je kunnen zeggen, de normale route: de signalen worden via de oogzenuw aan de hersenen doorgegeven. De hersenen zetten dit vervolgens om in beelden.
De studie is uitgevoerd op 17 locaties in vijf Europese landen. In Nederland is bij één proefpersoon een chip geïmplanteerd. De gemiddelde leeftijd van de proefpersonen was 79 jaar. Het implantaat is geplaatst in één oog. Het is niet zo dat in één klap een stukje van het gezichtsvermogen terug was. De hersenen moeten leren omgaan met een combinatie van de prikkels die zij ontvangen via het implantaat (een stukje van 400 pixels) en de signalen die zij binnenkrijgen van het nog functionerende deel van het netvlies, veelal het perifere zicht. De proefpersonen hebben daartoe intensief moeten oefenen om er daadwerkelijk weer iets mee te kunnen zien.
Recent hebben de onderzoekers de resultaten gepresenteerd in een artikel via The New England Journal of Medicine (zie de samenvatting via https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa2501396).
De onderzoekers stelden vast dat na een jaar gebruik van het implantaat 80% van de deelnemers opnieuw eenvoudige tekst kon lezen.
Zijn er ook nadelen aan deze oplossing?
Een kanttekening bij het onderzoek is dat het zicht met deze oplossing nog ver afstaat van een redelijk gezichtsvermogen. Pas na intensief oefenen konden de meeste proefpersonen weer letters en eenvoudige woorden zien. Het onderzoek vermeldt niets over het weer kunnen zien van kleuren of het herkennen van gezichten, terwijl dit laatste een grote wens is van mensen met ernstige slechtziendheid.
Koen van Overdam, netvlieschirurg aan het Erasmus MC Rotterdam, implanteerde drie jaar geleden de chip bij de enige Nederlandse deelnemer. In het NRC stelde hij: “Het nut hangt sterk af van iemands levensstijl. Iemand die graag leest zal meer profiteren van een hersteld centraal gezichtsveld dan iemand die vooral buiten actief is.” De verwachting is wel dat de chip verder zal worden verbeterd, waardoor de resolutie zal toenemen.
Ook is de operatie niet zonder risico’s. Meer dan de helft van de deelnemers kreeg te maken met serieuze bijwerkingen, zoals bloedingen, een verhoogde oogdruk en zelfs een netvliesloslating. De verwachting is wel dat in de komende jaren gewerkt kan worden aan het verminderen van deze risico’s.
Tot slot iets over het gebruik
De chip werkt alleen als je de bril draagt met daarin de camera om beelden op te nemen en de functie waarmee via infrarood licht de chip in het oog wordt aangestraald. Daarnaast is voor de aansturing ook een zakcomputer nodig. Van Overdam vertelt in de Volkskrant dat de Nederlandse patiënt, drie jaar na de ingreep, zijn bril niet meer dagelijks opzet, omdat hij het alledaagse gebruik wat lastig vindt. Toch zijn er ook positieve verhalen. Sheila Irvine, een van de deelnemers aan de studie die een chip geïmplanteerd kreeg, vertelt in de Engelse krant The Guardian: “Het is een nieuwe manier van kijken met je ogen, en het was ongelooflijk spannend toen ik voor het eerst een letter begon te zien. Het is niet eenvoudig, opnieuw leren lezen, maar hoe meer uren ik erin steek, hoe meer ik oppik.”
Standpunt van de MaculaVereniging
Camiel Boon, oogarts aan het Amsterdam UMC en lid van onze Medische Adviesraad, stelde in de Volkskrant: “Het is een mooie ontwikkeling dat deze groep patiënten een zekere mate van zicht kan terugkrijgen”, en merkt daarbij op dat het gaat om “een bescheiden verbetering van de gezichtsscherpte”, en dat het van belang zou zijn te weten hoe de oudere proefpersonen daar zelf het nut van ervaren. Een kanttekening die hij plaatst: “Je implanteert toch een stuk elektronica in het oog. Aangezien de proefpersonen maar een jaar zijn gevolgd, is het de vraag hoelang de chip meegaat.”
Dit standpunt delen wij volledig. En we moeten realistisch zijn over het moment waarop het in de reguliere zorg beschikbaar komt. De ervaring leert dat tussen een wetenschappelijk onderzoek bij 38 proefpersonen en een oplossing die kan worden toegepast in de dagelijkse praktijk vele jaren liggen. Jaren waarin de oplossing bij een bredere groep zal worden getest en verbeterd. Jaren waarin afspraken moeten worden gemaakt over de kosten van de behandeling en de vergoeding door de ziektekostenverzekeraars. Kortom, er is vervolgonderzoek nodig om langeretermijnstabiliteit, veiligheid, uitbreiding naar meer patiënten en beschikbaarheid in de praktijk te realiseren.
Voor de korte termijn
Als MaculaVereniging blijven we de ontwikkelingen nauwgezet voor u volgen. En voor degenen die leeftijdsgebonden maculadegeneratie hebben, blijft het advies over leefstijl, gezonde voeding en voedingssupplementen de belangrijkste manier om het proces af te remmen. Zie onze website: https://maculavereniging.nl/voeding-en-macula-degeneratie/

