Kleurenblind 

Mensen met maculadegeneratie zijn niet per se kleurenblind, maar kunnen wel problemen krijgen met kleurwaarneming, vooral in het centrale zicht. De macula is het middelste deel van het netvlies en bevat veel kegeltjes. Zij zijn verantwoordelijk voor scherpte en kleurzien. Bij maculadegeneratie kunnen de kegeltjes beschadigd raken en afsterven. Ondanks het feit dat Stefan geen maculadegeneratie heeft, willen we zijn ervaringsverhaal opnemen in de nieuwsbrief, aangezien hier regelmatig vragen over binnenkomen. 

Mijn naam is Stefan en ik ben 21 jaar oud. Niet iedereen weet hoe het is om kleurenblind te zijn. Voor veel mensen is het vanzelfsprekend dat ze kleuren kunnen onderscheiden. Voor mij is dat anders. Ik ben kleurenblind. Dat betekent dat ik sommige kleuren door elkaar haal of niet goed kan onderscheiden. Het is niet zo dat ik helemaal geen kleur zie. 

Ik deel graag een paar ervaringen uit mijn leven. 

Basisschool en middelbare school 

Al op de basisschool merkte ik dat ik kleuren niet altijd goed zie. Ik herinner me nog goed een opdracht in de kleuterklas: we moesten twee dezelfde poppetjes maken van papier. Ik dacht dat ik twee keer een blauw poppetje had gemaakt. 

Maar de juf zei dat er eentje paars was. Ik begreep haar eerst niet, want voor mij leek het gewoon blauw. Pas toen ik héél goed keek, zag ik dat er inderdaad verschil zat. Ik heb zelfs nog een foto van dit werkje! 

Ook op de middelbare school merkte ik dat kleurenblindheid lastig kan zijn. Bij aardrijkskunde kregen we de opdracht om een landkaart in te kleuren: de landen moesten dezelfde kleur krijgen als in de legenda. Voor mij was dat erg moeilijk, want voor mij leken de kleuren heel erg op elkaar. Daardoor kleurde ik regelmatig de verkeerde landen in. Gelukkig had de docent daar begrip voor. 

Vandaag de dag kom ik hetzelfde probleem nog steeds tegen, maar dan online. Veel websites gebruiken ontoegankelijke tabellen en diagrammen, waardoor het probleem eigenlijk is verschoven van papier naar digitaal. 

uren in het dagelijks leven 

Kleurenblind zijn is niet alleen lastig op school, maar ook in het dagelijks leven. Het komt eigenlijk overal terug: van kleding uitkiezen tot het maken van een ontwerp. 

Webshops en ontwerpprogramma’s 

Bij webshops vind ik het heel fijn als kleuren altijd een label hebben. Bovenstaande trui leek voor mij eerst bordeauxrood of bruin, terwijl hij in werkelijkheid groen bleek te zijn. Dankzij het kleurlabel weet ik zeker welke kleur ik bestel. 

Ook in ontwerpprogramma’s is het een uitdaging. Een kleurenselector zonder labels is voor mij een nachtmerrie. Ik heb geen idee welke kleur ik nou eigenlijk aanklik. 

Kleurenblindheidstest 

Een grappige ervaring had ik met de bekende Ishihara-test (die met gekleurde bolletjes). Ik was blij dat ik het getal 21 kon zien, totdat ik aan het eind de antwoorden zag en erachter kwam dat 21 juist het getal is dat kleurenblinden wel zien en anderen juist niet. 

Normaal kleurenzien: 74 – Kleurenblind: 21

Zelf werk ik als websitebouwer en online marketeer. Soms voelt het ongemakkelijk om te zeggen dat ik kleurenblind ben. Kleuren spelen tenslotte een belangrijke rol bij design. Gelukkig kan ik prima mijn werk doen door slim gebruik te maken van labels, tools en doordat ik niet volledig kleurenblind ben. In mijn werk merk ik hoe waardevol mijn ervaring is. Mijn bedrijf is dagelijks bezig met digitale toegankelijkheid en begreep meteen mijn situatie. Dat gaf mij een goed gevoel. 

Ik ben me dankzij dit werk meer gaan verdiepen in digitale toegankelijkheidsonderzoeken. In Nederland hebben ruim 4 miljoen mensen moeite met websites en apps, vaak door visuele, motorische of cognitieve uitdagingen. Volgens het Dashboard DigiToegankelijkheid voldeed in september 2025 slechts 59% van de overheidswebsites en -apps aan de wettelijke toegankelijkheidseisen. Veelvoorkomende problemen zijn teksten met te weinig contrast, afbeeldingen zonder alternatieve tekst en formulieren die niet zonder muis te gebruiken zijn. 

Dat besef gaf mij extra motivatie: wat voor mij een obstakel is, kan voor miljoenen anderen nog veel grotere gevolgen hebben. 

– Stefan van Dongen