De MaculaVereniging stelt zich ten doel de kennis omtrent macula-degeneratie zo breed mogelijk te verspreiden onder andere via deze website. Hier vindt u uitgebreide informatie en antwoorden op veelgestelde vragen over MD. Staat uw vraag daar niet bij, dan kunt u die per e-mail macula-infolijn@maculavereniging.nl of telefonisch (030-298 07 07) aan ons stellen.

Hoe merk je dat je macula-degeneratie hebt?

Macula-degeneratie (MD) begint met het gevoel dat u minder details kunt waarnemen. Ook het gevoel dat er onvoldoende licht is om goed te kunnen zien, kan een voorbode zijn van MD. Bij de natte vorm van MD treden al snel meer uitgesproken verstoringen van het beeld op. De belangrijkste hiervan is dat rechte lijnen krom of golvend worden waargenomen. Voorbeelden hiervan zijn regels van een tekst die krom lijken te lopen, een geruit oppervlak dat onregelmatig overkomt of een muurplint of raamlijst die geknikt lijkt. Het is daarom goed om regelmatig de zelftest te doen met het Amslerraster.

Wat is macula-degeneratie precies?

Macula-degeneratie (MD) is de meest voorkomende oogaandoening die leidt tot ernstige slechtziendheid. Met name het centrale gedeelte van het netvlies, de gele vlek (macula), raakt aangetast. De macula is belangrijk voor het scherp kunnen zien. Bij MD raakt men meestal langzaam, maar soms ook in korte tijd, het vermogen kwijt om details te kunnen waarnemen.

Wie hebben er kans op het ontwikkelen van macula-degeneratie?

Het verouderingsproces is de grootste risicofactor om MD te krijgen. Vanaf 50 jaar neemt de kans op het ontwikkelen van MD toe. Daarnaast is het bekend dat:

  • Vrouwen meer kans op het ontwikkelen van MD hebben.
  • Roken en alcohol een verhoogde kans op het ontwikkelen van MD geven.
  • Ongezonde voeding, met name een tekort aan groenten en fruit, de kans op het ontwikkelen van MD verhoogt.
  • Bloedverwanten een verhoogde kans op het ontwikkelen van MD hebben, als dit bij ouders of grootouders voorkomt.

Wat zijn de gevolgen van macula-degeneratie?

De gevolgen van MD kunnen zijn dat men:

  • Vrienden, buren en kennissen in het voorbijgaan niet meer herkent.
  • Moeilijkheden krijgt met lezen of dit alleen nog maar kan met hulpmiddelen.
  • Moeilijk of niet meer televisie kan kijken.
  • Moet stoppen met autorijden of zelfs met fietsen.
  • De treinaankondigingen en de busnummers niet meer (goed) kan lezen.
  • Geld- en kaartautomaten niet meer kan bedienen.
  • Niet meer zelf boodschappen kan doen.

Wat kan ik doen om mijn ogen te beschermen?

Aan uw leeftijd, geslacht of afkomst kunt u niets veranderen. Wel kunt u helpen uw ogen te beschermen door enkele veranderingen in uw levensstijl aan te brengen.

  • Draag een beschermende bril, wanneer u in aanraking komt met ultraviolette lichtbronnen (zon, zonnebank).
  • Gebruik voeding met veel fruit en donkere bladgroenten (spinazie, groene kool, boerenkool).
  • Stop met roken, of beter, begin er helemaal niet aan en beperk alcoholgebruik.

Kan ik blind worden van macula-degeneratie?

Doordat macula-degeneratie alleen het centrale zicht aantast, kan dit afhankelijk van de mate van aantasting leiden tot gedeeltelijke of zelfs het gehele verlies van het centrale zicht.

Omdat het perifere zicht niet wordt aangetast, blijft er altijd een restvisus over dat door de oogarts wordt uitgedrukt in een percentage. Hoe hoger dit percentage, hoe meer restvisus. Dit percentage restvisus kan wel beteken dat men ernstig tot zeer ernstig slechtziend kan worden, maar niet volledig blind.

Ernstige tot zeer ernstige slechtziendheid als gevolg van macula-degeneratie kan er onder andere toe leiden dat men geen gezichten meer kan herkennen. Dit is van grote invloed op de communicatie, omdat je de gezichtsuitdrukkingen van de ander niet meer kunt zien.

Ook is de kans reëel dat het lezen van kranten, boeken, tijdschriften, notenschrift en teksten op beeldschermen problematisch kan worden. Maar het kan ook consequenties hebben voor de zelfstandige mobiliteit, zoals het verlengen van het rijbewijs of het verantwoord kunnen blijven fietsen.

De mate van slechtziendheid in het eindstadium is bij mensen met een vorm van juveniele macula-degeneratie (JMD) over het algemeen ernstiger dan bij mensen met een vorm van leeftijdsgebonden macula-degeneratie (LMD).

Hoe kan voeding helpen als bescherming tegen macula-degeneratie?

Een klein maar groeiend aantal onderzoeken lijkt erop te wijzen dat voeding een rol speelt bij MD. Het aanpassen van uw voedingspatroon kan wellicht uw gezichtsvermogen verbeteren en degeneratie van de macula vertragen. Diverse onderzoeken naar MD richten zich op de rol van een bepaalde groep antioxydanten, de zogenaamde carotenoïden (de pigmenten waaraan fruit en groenten hun kleur ontlenen).

Het gaat vooral om de voedingsstoffen luteïne en zeaxanthine (dit zijn pigmenten die in de macula worden aangetroffen), zink, vitamine C, vitamine E en bètacaroteen. Eet iedere dag 200-300 gram groente. Bij voorkeur groene groenten zoals spinazie, boerenkool, raapstelen, veldsla, rode, gele en oranje paprika, doperwten, sperziebonen. Eet iedere dag 2 à 3 stuks fruit. Bij voorkeur rood, blauw en geel fruit zoals nectarines, bramen, bosbessen, frambozen, pruimen. Eet minimaal 2 keer per week vis, waarvan 1 keer vette vis zoals zalm, makreel en haring.

In het artikel Boerenkool voor je ogen, gepubliceerd in maculaVisie nr. 3-oktober 2020, vertelt drs. Sheila de Koning-Backus waarom voeding en welke voeding goed is voor mensen met leeftijdgebonden macula-degeneratie.

In samenwerking met prof.dr. C.B. Hoyng is de special Beschermen voedingssupplementen tegen leeftijdsgebonden macula-degeneratie? geschreven.

Voeding en juveniele macula-degeneratie

JMD-ers let op met het innemen Vitamine A! Deze vitamine is een vetoplosbare vitamine en komt van nature voor in producten van dierlijke oorsprong, zoals rood vlees, lever, vis, zuivel en eigeel. Daarnaast is vitamine A toegevoegd aan diverse producten zoals: margarine, halvarine en bak- en braadproducten. Het lichaam neemt vitamine A samen met vet op vanuit de darmen. In planten komt geen vitamine A voor, maar wel bouwstoffen waaruit ons lichaam vitamine A kan maken.

Deze bouwstoffen worden carotenen of pro-vitamine A genoemd. Pro-vitamine A komt voor in gele, oranje, rode groenten en fruit en groene bladgroenten. De meest bekende vorm van pro-vitamine A is bètacaroteen, dat bijvoorbeeld rijkelijk aanwezig is in wortelen.

Een gezond eetpatroon, volgens de Schijf van Vijf, zorgt voor een normale inname van vitamine A/pro-vitamine A, overeenkomend met de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH) van 800-1000 ug voor volwassenen.

Om dit te bereiken hoeft geen speciaal dieet gevolgd te worden. JMD-ers wordt geadviseerd geen lever en afgeleide voedingsmiddelen van lever te eten aangezien de hoeveelheden vitamine A in deze producten zeer hoog zijn. Ook is het advies om slechts met mate wortelen/winterpenen te eten en eventueel magere zuivelproducten te gebruiken en dun boter op brood te smeren. Let ook op bij de inname van vitaminepreparaten dat deze geen vitamine A bevatten. Met deze kleine aanpassingen in het dieet voorkomt men het binnenkrijgen van te grote hoeveelheden vitamine A/pro-vitamine A.

Meer informatie over JMD en voeding leest u in de brochure van het Erasmus MC: Beperkte inname vitamine A

Krijg antwoord op jouw vragen.
Word lid van de MaculaVereniging

LID WORDEN