“Ik schrok me wild”: het verhaal achter mijn oogprikken

Een bijdrage van John, die de ervaring belangrijker vind dan zijn naam.

Het begon met een vreemde, felle steek in mijn oog. Ergens in september 2022, zomaar op een dag, voelde ik hem voor het eerst. Een maand later gebeurde het opnieuw. Ik dacht er verder niet veel bij na — tot in februari 2023 een lichte vlek in mijn gezichtsveld verscheen. Niet constant, maar af en toe, alsof er iets in de weg zat.

Pas toen ik voor een nieuwe bril werd opgemeten, werd duidelijk dat er iets niet klopte. De opticien kon de sterkte van mijn ogen niet meer goed bepalen en adviseerde me dringend naar de huisarts te gaan. Die verwees me door naar de oogpoli.

Van wachten naar spoed

Wat volgde was een periode van onzekerheid. Na vijf dagen zonder bericht kreeg ik een mail dat het nog wel een maand kon duren voordat ik terecht kon voor een consult. Maar de dag daarna ging de telefoon: ik moest zo snel mogelijk naar de poli komen.

Daar volgde een intensief onderzoek. Een assistent keek en keek en keek in mijn oog, en de vragen stapelden zich op: zag ik kromme lijnen, of juist rechte vormen? Na overleg met collega’s kreeg ik het verlossende — en verontrustende — nieuws: ik zou een oogprik moeten krijgen.

Ik schrok me wild. Het was alsof alles even zwart werd voor mijn ogen, terwijl de zorgverleners gewoon doorpraatten. “Schrijf dat allemaal maar voor me op,” zei ik nog, want ik was compleet de kluts kwijt.

De eerste prik

Toch viel het achteraf allemaal mee. De specialist die de eerste behandeling deed, een vrouw, pakte het perfect aan: beide ogen open houden, controleren of de verdoving werkte, en dan de prik zelf — die ik nauwelijks voelde. Mijn eerste injectie kreeg ik in mei 2023.

Bij latere behandelingen was het inbrengen van het spangetje eigenlijk het vervelendste onderdeel; bij de prik zelf voelde ik hooguit even wat lichte druk. Eén keer voelde ik de naald wél meteen — ik gaf direct een teken en kreeg extra verdoving. Ook is het voorgekomen dat er tijdens de prik een bloedvaatje op de oogbol geraakt werd. Dan kleurt het oog twee tot drie dagen plaatselijk rood, maar dat trekt vanzelf weer weg.

Na de behandeling houd ik altijd een dag rust. De rest van die dag heb ik het gevoel of ik continu door een brievenbus tuur, alsof er een tochtvlaag over mijn oog waait. Ook voelt het even alsof er een kruimeltje op het oog ligt — na een dag of twee, hooguit twee, is ook dat verdwenen.

Wat begon als een gesprongen vaatje

Uit het eerste onderzoek bleek dat de oorzaak een klein vaatje was geweest, met trombose, dat was gesprongen. Inmiddels is mijn behandelschema aangepast: waar ik eerst maandelijks Avastin kreeg, krijg ik nu iedere acht weken Elea. Dat langere interval geeft veel meer rust dan de maandelijkse prikken van weleer.

De angst voor de naald en het idee van een prik zo dicht bij het oog ben ik inmiddels helemaal overwonnen. Sterker nog: telkens als een behandeling goed verloopt, ben ik “blij als een vogeltje.”

Toch blijft er één vraag hangen, ook na alles wat ik heb meegemaakt: hoe lang blijft deze behandeling eigenlijk mogelijk, nu het netvlies ouder wordt? Een antwoord heb ik daar nog niet op — maar voorlopig ga ik, om de acht weken, gewoon weer naar binnen.