Laat de tekst voorlezen met ReadSpeaker
Is er iets te doen aan MD?

In vroege stadia van natte MD kan het ziekteproces met behulp van zogenaamde vaatgroeiremmers, die in het oog worden gespoten, tot stilstand worden gebracht. Natte LMD wordt in de meeste gevallen behandeld met een nieuwe klasse medicijnen, de vaatgroeiremmers: Aflibercept (Eylea®), bevacizumab (Avastin®) en ranibizumab (Lucentis®). Deze medicijnen remmen de vaatgroeifactor VEGF, een stof die de vaten onder het netvlies laat groeien en deze veroorzaken de lekkage van vocht en bloed. De behandeling met vaatgroeiremmers, door middel van injecties in het oog die regelmatig moeten worden toegediend, is belastend, maar voorkomt bij de meeste mensen met natte LMD wel een verdere achteruitgang, terwijl ongeveer één derde van de behandelde patiënten zelfs beter gaat zien. De beschikbaarheid van vaatgroeiremmers betekent een enorme verbetering in het vooruitzicht voor patiënten met natte LMD. Mensen die pas in een laat stadium bij de oogarts komen, kunnen echter toch nog slechtziend worden door de aandoening. Vroege opsporing is dus erg belangrijk.

Photodynamische therapie

Tot 2007 werden veel mensen met natte LMD behandeld met zogenaamde Photodynamische Therapie (PDT), een behandeling die bij een deel van de patiënten de ziekte tot staan kon brengen. Dit is een vorm van laserbehandeling waarbij een contraststof in een bloedvat in de arm wordt gespoten, zodat een zachte laser gebruikt kan worden, die het oog slechts weinig belast. De PDT-methode heeft alleen een beperkt effect bij een deel van de patiënten met natte MD. Tot nu toe zijn er geen bijzondere bijwerkingen geconstateerd. Wel moet een PDT-behandeling meestal meer dan één keer worden toegepast, omdat de vorming van abnormale bloedvaatjes zich herhaalt. Het is de vraag of PDT met de komst van vaatgroeiremmers nog een plaats heeft in de behandeling van natte LMD. Op dit moment wordt onderzocht of een combinatie van vaatgroeiremmers en PDT beter werkt dan vaatgroeiremmers alleen.

Netvlies draaien

Het draaien van het netvlies wordt ook wel retinatranslocatie of macularotatie genoemd. Dit is een gecompliceerde chirurgische ingreep, waarbij op het moment van de verslechtering van het centrum van de gele vlek het hele netvlies wordt opgetild, losgemaakt van het vaatvlies en gedraaid, waardoor de gele vlek op een ander deel van de onderlaag komt te liggen. Het is een langdurige operatie, waarbij soms ook nog vervolgoperaties nodig zijn. Deze ingreep vindt uitsluitend plaats in gespecialiseerde klinieken en wordt niet vaak toegepast. Met deze techniek zijn incidenteel goede resultaten behaald, maar er zijn soms ook ernstige complicaties. De gezichtsscherpte kan bijvoorbeeld nog slechter worden door de ingreep dan door de LMD zelf. Het is de vraag of met de beschikbaarheid van vaatgroeiremmers er voor zo’n operatie nog een plaats is in de behandeling van MD.

Alternatieve geneeswijzen

Een goed uitgangspunt is het volgende: een therapie waarvan een gunstig effect met degelijk onderzoek herhaaldelijk bewezen en steeds opnieuw weer aantoonbaar is, moet als waardevol worden beschouwd. Of zo’n therapie dan het etiket regulier of alternatief krijgt, is niet van wezenlijk belang.

Tot dusverre zijn bij de MaculaVereniging geen gegevens bekend omtrent bewezen gunstige effecten van enigerlei alternatieve therapie. De zoektocht op dit terrein is al enige jaren bezig en wordt ook voortgezet. Hierbij wordt geprobeerd zo mogelijk inzicht te krijgen in wetenschappelijke onderbouwing.

Er bestaan diverse alternatieve geneeswijzen, waarvan acupunctuur en homeopathie de bekendste zijn. Een minder bekende is Rheoforese, een soort bloedfiltering. Het bloed wordt uit het lichaam gehaald en via een machine gezuiverd en weer in het lichaam teruggebracht. Deze behandeling wordt op dit moment alleen in Duitsland en Amerika/Canada gegeven. Gunstige resultaten worden bij MD door therapeuten in toenemende mate geclaimd, met name in het buitenland. De beslissing om dergelijke therapieën te laten toepassen bij MD is aan de patiënt zelf. Aangeraden wordt om zich vooraf zo goed mogelijk te laten informeren.

Te denken valt aan de volgende punten:
– pleeg overleg met de eigen oogarts
– vraag een eventuele therapeut naar zijn ervaring, de kansen die hij ziet, mogelijke bijwerkingen en resultaten bij andere MD-patiënten
– de prijs van de gehele behandeling en of deze wordt vergoed door de zorgverzekeraar.